Veenendaal, 13 september 2019

Onderwerp: Veranderingen in tanken aan het pompstation door veranderende naamstelling brandstof

De benzinemotor van de Canta (type 1 & 2) is alleen vrijgegeven voor gebruik met loodvrije benzine met een pomp-octaangehalte (RON) van 86 of hoger (een research-octaangehalte (PON) van 91 of hoger).

Tanken dient plaats te vinden in een goed geventileerde ruimte en met uitgezette motor. 

U kunt ongelode benzine gebruiken met niet meer dan 10% ethanol (E10) of 5% metahnol per volume. Daarnaast moet de methanol verdunners en corrosieemmers bevatten. Gebruik van brandstoffen met een hoger ethanol- of methanolgehalte dan hierboven wordt aangeven kan leiden start- en/of prestatieproblemen. Er kan ook schade optreden aan metalen, rubberen en kunststoffen onderdelen van het brandstofsysteem. De garantie dekt geen motorschade of prestatieproblemen die het gevolg zijn van  het gebruik van een brandtsof met een hoger percentage ethanol of methanol dan hierboven is aangegeven.

Kort samengevat; U kunt zowel E5 als E10 gebruiken aan de pomp.

Voor Diesel voertuigen (Brommobielen) veranderd er vooralsnog niets.